Geschiedenis
Het Genootschap Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen werd al opgericht in 1784. Boskoop volgt in 1836, toen nog een departement. In de jaren daarna wordt een bibliotheek opgericht, later gevolgd door een spaarbank, een bewaarschool en een badinrichting. Deze bewaarschool wordt later een kleuterschool, die nog heel lang zal blijven bestaan. Uiteindelijk wordt de school opgeheven, gaat de spaarbank op in een fusieconstructie.
Departement Boskoop is dan allang ‘losgekoppeld’ van het landelijke genootschap en is sinds 1896 de “Vereniging Plaatselijk Nut Boskoop”. Daarmee zijn dan ook alle banden met het oorspronkelijke Genootschap verbroken. Elders in het land tref je nog departementen aan, die op verschillende manieren zijn georganiseerd. Wat de meeste verenigingen of departementen wel gemeen hebben, is dat zij zich inzetten om voor hun leden een interessant cultureel of maatschappelijk gelinkt programma te bieden. Ons Plaatselijk Nut richt zich sinds jaar en dag op het aanbieden van georganiseerd theaterbezoek, het organiseren van lezingen en het maken van dagtochten.
Plaatselijk nut in jaartallen
-
1784
Oprichting Genootschap "Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
-
1836
Boskoop krijgt een departement van bovengenoemd Genootschap
Er komt een bibliotheek, er worden lezingen gehouden enz.
-
1843
Bij het Nut kan gespaard worden
De spaarder krijgt 3% rente en over bedragen boven fl 100.- wordt 3 1⁄2 % vergoed
-
1854
Boskoop krijgt een Nutsbewaarschool (aan de Achterka)
-
Ca. 1895
De spaaractiviteiten worden ondergebracht bij de Boskoopse Bank
-
1896
Het departement wordt opgeheven en tijdens dezelfde vergadering wordt de "Vereniging Plaatselijk Nut" opgericht
-
1898
Plaatselijk Nut koopt helft van de aandelen van Stichting Badhuis en zweminrichting Het Noorderbad
Het Nut gaat het geheel exploiteren, verbouwen en onderhouden
-
1901
De school aan de Achterka wordt te klein en te oud en er wordtin de Kerkstraat een nieuwe Nutskleuterschool gebouwd
-
etc
De vereniging
Omdat niet iedereen op de hoogte is van de geschiedenis van "het Nut" hebben wij enige gegevens verzameld met de bedoeling u op de hoogte brengen van wat voor vereniging u bestuurslid bent.
We nemen u allereerst mee naar de oprichting van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen, een genootschap waar "het Nut" in Boskoop, is uit voortgekomen.
Achttiende eeuw
Aan het eind van de achttiende eeuw was Nederland een kleine natie aan de rand van het grote Europa. Nederland werd gekenmerkt door zijn lokale en regionale vrijheid en onafhankelijkheid, gehandhaafd door handel en internationale vooruitstrevendheid.
In de achttiende eeuw was het niet bepaald vanzelfsprekend dat regeringen er waren ten behoeve van het volk. met als taak dienstbaar te zijn aan het algemeen welzijn van de bevolking. In tegendeel, het volk was er om de soevereinen te dienen.
Het was in die tijd niet gebruikelijk en soms zelfs niet zonder gevaar om het tegendeel te beweren.
Nederland kende in die tijd, en dat was revolutionair, een sfeer van vrijdenkers en democratie. Een vrijzinnig-democratische, humanitaire ( patriottische) sfeer. Met streefde naar en geloofde in:
In die tijd bracht sociale betrokkenheid een predikant en enkele eenvoudige klein-stedelingen er toe om een genootschap te stichten dat zich richtte op bevordering van het algemeen volksgeluk. Met name door initiatieven te nemen op het terrein van de volksontwikkeling.
Genootschap voor volksontwikkeling
In de gesprekskring met leden uit Edam en Monnickendam opperde de doopsgezinde predikant te Monnickendam, Jan van Nieuwenhuijzen, het in de sfeer van die tijd passende - plan, om een genootschap voor volksontwikkeling te stichten. Het doel was om mensen die daartoe zelf niet de mogelijkheden hadden. te helpen om kennis te verwerven door hen te voorzien van ( school-) boeken. Boeken die in eenvoudige taal geschreven waren.
Dit initiatief werd concreet uitgewerkt door zijn zoon, Martinus van Nieuwenhuijzen, arts te Edam. Hij stelde voor een genootschap te stichten met als doelstelling: "de verbetering van het schoolwezen en de opvoeding der jeugd, als de voornaamste grondslag ter vorming, verbetering en beschaving van den burger".
Tijdens de op 16 november 1784 in de doopsgezinde pastorie gehouden oprichtingsvergadering werd deze doelstelling aanvaard. Besloten werd tot oprichting van een 'Genootschap van Konsten en Wetenschappen, onder de zinspreuk : Tot Nut van 't Algemeen" Het secretariaat van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen was tot 2010 gevestigd in het oorspronkelijke woonhuis van Martinus van Nieuwenhuijzen te Edam.
In navolging van dit initiatief ontstonden aanvankelijk in Noord-Holland, Friesland en Groningen en vervolgens ook in de rest van Nederland boven de grote rivieren plaatselijke departementen van dit genootschap.
Later volgde de oprichting van Nutsdepartementen in Zuid-Nederland en Vlaanderen. De educatieve taken van het Nut werden na de onafhankelijkheid van België in Vlaanderen opgepakt en voortgezet door het in 1851 opgerichte Willemsfonds, thans gevestigd te Gent.
Ter concrete verbetering van de leefomstandigheden van de werkende bevolking werd sinds de oprichting van het Nut gestreefd naar bereikbaarheid van onderwijs door:
-
Het stichten van kleuter- en lagere scholen
-
De uitgave van schoolboeken enz
-
Het stichten van onderwijsopleidingen ( kweekscholen ) en andere vormen van beroepsonderwijs.
Hoe komen we op het Plaatselijk Nut in Boskoop?
In 1836 kende Boskoop al een aantal jaren een leesgezelschap met de naam "Leeslust door vriendschap aangekweekt" Op 21 januari 1836 houdt deze vereniging haar haarvergadering in het "Regthuys" het latere Hotel Klaassen, Na afhandeling van de lopende zaken vraagt dominee Willem van Oorde, van de Remonstrantse Gemeente het woord. Hij stelt voor om een departement van de "Maatschappij tot Nut van 't Algemeen" te stichten.
Een week later, op 29 januari vindt de oprichtingsvergadering plaats. Dit onder leiding van dominee van der Broek. Collega van Oorde treedt op als secretaris.
Doel en werkwijze van de Maatschappij worden uitgelegd. Statuten en huishoudelijk reglement worden opgesteld. Dit aan de hand van de departementale "wet"van Zwammerdam. In Zwammerdam bestond al een aantal jaren een departement, vandaar.
Het eerste bestuur bestond uit de twee predikanten, als eerste en tweede voorzitter,de burgemeester als secretaris en twee huisartsen als eerste en tweede penningmeester. Meester Alberts wordt benoemd tot bibliothecaris.
Als oprichtingsdatum kan dus 29 januari 1836 beschouwd worden, maar op 16 maart daarna zijn de statuten goedgekeurd. Dan spreekt de voorzitter een rede uit en verricht hij de officiële installatie.
Omdat het departement een deel is van een groter geheel worden elk jaar twee leden afgevaardigd naar de jaarvergadering van de Maatschappij te Amsterdam. Dit uiteraard op rekening van de kas waaruit aan elk een "defroyement" van tien gulden beschikbaar wordt gesteld. De kosten van dit snoepreisje worden door het hoofdbestuur weer aan de departementen vergoed.
Vellinga
Enkele activiteiten uit de beginperiode :
-
Een commissie van drie leden organiseert een inzameling voor een weduwe met een groot gezin. Opbrengst tachtig gulden.
-
Er wordt een katheder aangeschaft.
-
Er wordt een borstbeeld van Jan van Nieuwenhuijzen aangeschaft ( nergens te vinden)
-
Er wordt een bode benoemd, die "pedel"wordt genoemd. Vergoeding: tien gulden per jaar.
-
Er wordt zesentwintig gulden bijgedragen aan het standbeeld van Michiel de Ruyter op de boulevard van Vlissingen. Dit op verzoek van de zustervereniging aldaar.
-
Een voorstel om reddingsmateriaal te plaatsen wordt verworpen. Dit ging de draagkracht van de jonge vereniging te boven,